De vier schilderijen die in 1914 verdwenen
uit de kerk van Beigem maken waarschijnlijk deel uit van een groter geheel dan
tot nu toe gedacht. Dat blijkt uit een onderzoek van kunstkenner Jean-Luc
Pypaert. De Meester van het Beigemse altaarstuk zou - naast de vier werken uit
Beigem en twee doeken die vandaag in Dijon en Philadelphia hangen - nog minstens
twee andere panelen hebben gemaakt voor hetzelfde altaarstuk.
In 1775 kocht Christianus Frencken, de
toenmalige pastoor van Beigem, vier schilderijen van de Sint-Jacob-op-Koudenberg
kerk in Brussel. Daarvoor betaalde hij 6 pistolen (gouden munten), zo blijkt uit
een inventaris uit die periode. De vier werken dateren uit het begin van de 16de
eeuw en zijn van de hand van de "Meester van het Beigemse altaarstuk". Omdat de
identiteit van de Vlaamse Primitief (een groep kunstschilders uit de Nederlanden
van de 15de en begin 16de eeuw red.) nooit kon worden achterhaald, werd hij
later vernoemd naar zijn bekendste werk. De Beigemse schilderijen stellen de
voorstelling van Jezus aan het volk door Pontius Pilatus, de geseling, de
kruisiging en de verrijzenis van Jezus voor.
Kerk in brand gestoken
De schilderijen hingen eeuwenlang in de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Beigem tot
aan het begin van de Eerste Wereldoorlog. De Duitse troepen staken toen een
heleboel Belgische kerken in brand en ook die van Beigem moest er op 13
september 1914 aan geloven. De ravage was enorm en er werd lang gedacht dat de
vier panelen onherroepelijk verloren waren. Alleen dankzij zwart-wit foto's
kunnen we ons vandaag nog een beeld vormen van hoe de werken eruit zagen.
Onder impuls van Hugo Van Hemelrijck kon
een groep inwoners van Beigem een eeuw later echter verschillende bronnen
terugvinden waaruit moet blijken dat de schilderijen dan toch niet mee zijn
opgegaan in de vlammen. Zo staat er in een handgeschreven verslag uit die dagen
uit het archief van het Aartsbisdom in Mechelen: "[...] ingezien den toestand
der muren waaraan de schilderijen hongen zou men zeggen dat ze niet verbrand
zijn, maar weggenomen." Sindsdien leeft de overtuiging dat de schilderijen de
brand hebben overleefd en dat ze dus mogelijk nog bestaan. Eén van de theorieën
is dat Duitse soldaten de schilderijen hebben gestolen en dat ze nog steeds
ergens in Duitsland zijn.
Schilderijen in het
buitenland
In de loop der jaren ontdekten kunstkenners nog twee schilderijen van de
Meester van het Beigemse altaarstuk die waarschijnlijk deel uitmaakten van
hetzelfde altaarstuk uit Brussel. Het werk "Christus voor Pilatus" hangt in het
Philadelphia Museum of Art (Verenigde Staten). Het werd ooit geschonken door de
rijke advocaat en kunstverzamelaar John G. Johnson. Het andere schilderij, "De
gevangenneming van Christus", is vandaag in het bezit van het Musée des
Beaux-Arts de Dijon (Frankrijk). Ooit maakte het doek deel uit van de
kunstverzameling van nazi-kopstuk Hermann Göring. Na de Tweede Wereldoorlog
werden al zijn kunstwerken door de geallieerden in beslag genomen en verdeeld