Poot Rik °Vilvoorde 20.1924
†Jette 16.12.2004
Deze beeldhouwer vestigde zich in Grimbergen in 1948. Hij woonde een ganse tijd
in de gemeente. Een bronzen beeld staat op het Kerkplein.
Poot werd geboren in het Vlaamse deel van Brabant, meer bepaald in de volkse
arbeidersbuurt Far West, de eerste sociale woonwijk van de gemeente Vilvoorde.
Hij volgde de moderne humaniora aan het Atheneum te Vilvoorde en nam daarna
lessen aan de Academie van Molenbeek. Als kind raakte de jonge Rik geboeid door
het ambachtelijke werk van zijn vader, die bronsgieter was en grafornamenten
maakte.
De jaarmarkten in Vilvoorde, meer bepaald de paarden die er gekeurd en
verhandeld werden, maakten op hem een blijvende indruk. Tijdens de oorlogsjaren
1944-45 studeerde hij aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te
Brussel. In 1948 vestigt hij zich te Grimbergen. Hij ontving achtereenvolgens
verscheidene prijzen:
Eerste Prijs Openluchttentoonstelling Anderlecht (1948), de Godecharleprijs en
de prijs van de stad Luik (1949).
Hij ondernam vervolgens studiereizen naar Frankrijk en Italië dankzij een
gewonnen beurs om er de kunst van de Oudheid en de Renaissance te bestuderen.
In 1953 won hij de tweede Prijs van Rome, eerste Prijs Openluchttentoonstelling
Vorst, eerste Prijs stad Brussel. In 1954 samen met Roel d'Haese eervolle
vermelding in de Prix Jeune Sculpture. In 1959 ontving hij de Coopalprijs. Van
1962 tot 1984 was hij professor Monumentale Beeldhouwkunst aan het Nationaal
Instituut voor Architectuur en Sierkunst van Ter Kameren, Brussel. Poots beelden
staan bijna alle in de openbare ruimte. Voor het gerechtsgebouw van Turnhout
ligt zijn Rustende Najade. Hij ontwerpt in 1982 "Ode aan een bergrivier" in
brons voor het metrostation Herrmann-Debroux te Brussel. In de tuin van het
Elzenveld in Antwerpen kreeg zijn beeld van de schrijver Maurice Gilliams een
plaats.
In 2004 organiseerde de stad Vilvoorde als eerbetoon een tentoonstelling met
werk van hem in het Hansenspark en in een oud klooster. Uit heel Vlaanderen
bracht men toen als hommage aan Poot de wulpse figuren, de steigerende paarden,
de monumentale beelden en de borstbeelden bij elkaar.
In het voorjaar 2008 verrees op het Leuvense provincieplein Poots laatste
creatie De Ontvoering van Europa met de steun van de provincie Vlaams-Brabant,
de stad Leuven en KBC. Het bronzen beeld vormt er het sluitstuk van de esplanade
die het station met het provinciehuis zal verbinden. Het beeld, verwijzend naar
de Griekse mythologie, toont de mooie Europa op de rug van een kolossale stier.
Het symboliseert hoe Europa, dochter van koning Agenor, werd ontvoerd door Zeus.
Hij ontving kort daarop in Brugge de tweejaarlijkse Achilles Van Ackerprijs voor
zijn hele oeuvre.
Aanvankelijk kapt Poot menselijke en dierlijke figuren in "taille directe" in
diverse materialen en Werkt tevens in terracotta. Kenmerkend zijn een sterke
stilering met verwijzingen naar Oosterse en Afrikaanse cultuurproducten. In 1952
volgen opdrachten voor monumentale beeldhouwwerken, o.a. voor de St.-Lambertuskerk
te Muizen. Vanaf 1963 kiest hij uitsluitend voor het verloren wasprocedé,
waarbij hij aan de hand van gemodelleerde en aan elkaar samengevoegde platen in
was een gefragmenteerde compositie opbouwt. Zijn beeld Najade in de vijver van
het kasteel van de hertogen van Brabant is hiervan een voorbeeld.
Poot lijkt sterk geboeid door de structuur en de textuur van natuurvormen.
Daarbij geeft hij uiting aan de verscheurde en uiteengelegde wereld zoals bij
Pablo Gargallo en Ossip Zadkine. Elk beeld wordt een momentopname en vertolkt
een sterke, maar gestabiliseerde emotie. Poot houdt van de ambachtelijke arbeid
van het beeldhouwen, de daad van het maken; hij tracht het materiespel te
verhogen door gebruik te maken van patina en door het bewerken van het oppervlak
met de beitel.
Essentieel in de vormentaal van Poot zijn de holle ruimten tussen de bronzen
delen waaruit zijn beelden zijn opgebouwd. Door die openingen te creëren krijgen
zijn monumentale beelden tegelijk iets lichts en een zekere fragiliteit. Zijn
werken kregen daarmee een krachtig en expressief ritme mee. Ondanks de veel
voorkomende vervormingen van de figuren, blijven Poots beelden altijd
herkenbaar. Zijn stijl was van een klassiek modernisme met grote bewogenheid,
dat aanvaardbaar bleef voor het publiek.
De uitbeelding in brons van het paard vormt een belangrijk thema in zijn werk.
Het paard op het Heldenplein, dat speciaal gecreëerd werd ter gelegenheid van
150 jaar Vilvoordse jaarmarkt, staat nu symbool voor Vilvoorde. Het verwijst
naar de bijnaam voor de Vilvoordenaars, genaamd de "pjeirefretters". Bekende
werken zijn De ontvoering van Europa en De vier ruiters van de Apocalyps
(opgesteld in de Brugse binnenstad, in de tuin van het Arentshuis). Deze
beeldengroep inspireerde de dichter Frederik Lucien De Laere tot het gedicht "De
ruiters van de Apocalyps". Naar aanleiding van de Dutroux-affaire creëerde hij
Ghequetst ben ic van binnen, dat werd aangekocht door de handelaars van de
Leuvensestraat te Vilvoorde. De titel van het werk verwijst naar een gedicht van
een Middelnederlands 14e-eeuws anoniem dichter.
Zijn hele leven bleef hij solidair met de kleine man. Daarvan getuigt onder meer
zijn werk "Strijd voor Arbeid", een 8 m hoge stalen vuist, opgericht in
Vilvoorde na de bruuske sluiting van de Renault-fabrieken aldaar. Poot
vereeuwigde ook politici en schrijvers in borstbeelden, zoals Jean-Luc Dehaene,
Leo Tindemans en Marnix Gijsen.
Rik Poot was een volleerde vakman die heel zijn leven beitelend en boetserend
doorbracht in zijn atelier. Hij klaagde over de teloorgang van de ambachtelijke
kennis in de hedendaagse kunst. Hij was een tegenstander van strekkingen als pop
art en conceptuele kunst en noemde het zelfs bedrog. Hij bleef geheel zijn leven
trouw aan een vormentaal die wortelde in het expressionisme en het kubisme uit
het begin van de 20e eeuw. Hij bewonderde de anonieme middeleeuwse beeldhouwers
die meewerkten aan de opbouw van een kathedraal.
bron: Wikipedia |